Fluitschip-Hoorn

De SON

TOL BETALEN: een grote misvatting


Je leest vaak dat het sterk teruglopen van de boorden van een fluitschip was bedacht om het oppervlakte van het dek te verkleinen om minder tol te hoeven betalen. Als je naar de Oostzee wilde varen moest je langs de Deense kust (De Son). Daar moest je tol betalen die dan berekend zou worden naar het oppervlakte van het dek. 

In een van de eerste boeken waarin dit werd beschreven was uit 1671, Aloude en Heden daegsche scheepsbouw en Bestier van Nicolaes Witsen. Toen hij dit boek schreef bestond het fluitschip al meer dan 75 jaar. In de Kronieken van Hoorn uit 1604 staat niet vermeld waarom Pieter Janz. Liorne juist zo’n type schip heeft laten bouwen.

De tolboeken van de Son zijn gelukkig gedigitaliseerd.  


Hierin blijkt dat men niet naar oppervlakte van het dek de tol betaalde maar naar tonnage aan boord om door de Son te mogen varen. In een deel van Noorwegen (toen een deel van Denemarken) werd wel tol geheven naar het oppervlakte van het dek. Dit waren fluitschepen die hout, stammen uit Noorwegen gingen halen.





DE TROPEN:


Het Fluitschip was het algemeen vrachtschip van de zeventiende eeuw. Het type was zo succesvol dat hij niet alleen in Nederland werd gebouwd maar ook in andere landen. Denk aan Zweden, Engeland, Frankrijk enz. In de boeken van de VOC en de WIC staat ook vermeld dat zij dit soort schepen gebruikten om vracht van Nederland naar de oost en west te vervoeren. Voor het vervoeren van vracht in de tropen waren deze schepen minder geschikt. De sterke kromming van de voor- en achtersteven resulteerde dat de planken te veel gingen wijken waardoor de boten minder vracht konden verladen. Bij hoge golven kwam er zeker teveel water in het schip. Het schepen type in Indonesië was beter geschikt. Een spitsere neus en platte achterkant.